← Terug naar blog
E-nummers: zijn ze echt zo slecht als vaak wordt gedacht?

E-nummers: zijn ze echt zo slecht als vaak wordt gedacht?

· 8 min leestijd

E-nummers hebben bij veel mensen een slechte reputatie. Een lange ingrediëntenlijst met verschillende E-nummers wordt al snel gezien als een teken dat een product ongezond is. Misschien heb je zelf ook weleens een verpakking teruggelegd omdat er “te veel E-nummers” in zaten.

Maar zijn E-nummers daadwerkelijk iets waar je bang voor moet zijn? Nee, zo zwart-wit ligt het niet. Een E-nummer zegt op zichzelf namelijk weinig over hoe gezond of ongezond een voedingsmiddel is.

Wat is een E-nummer eigenlijk?

Een E-nummer is een code voor een stof die als toevoeging in voedingsmiddelen mag worden gebruikt binnen de Europese Unie. Denk bijvoorbeeld aan conserveermiddelen, kleurstoffen, antioxidanten, verdikkingsmiddelen en emulgatoren.

Voordat een additief in de Europese Unie mag worden gebruikt, wordt de veiligheid ervan beoordeeld. Voor veel stoffen zijn daarnaast maximale hoeveelheden vastgesteld die in bepaalde voedingsmiddelen mogen worden gebruikt.

Een E-nummer betekent dus niet: “dit is een chemische en ongezonde stof.” Het betekent dat de stof is beoordeeld en onder bepaalde voorwaarden als levensmiddelenadditief is toegestaan.

Sterker nog: sommige stoffen met een E-nummer klinken ineens een stuk minder spannend wanneer je weet wat erachter zit. Zo is E300 simpelweg ascorbinezuur, oftewel vitamine C.

Waarom zitten er E-nummers in onze voeding?

E-nummers worden niet zomaar aan een product toegevoegd. Ze hebben een bepaalde functie. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat een product langer houdbaar blijft, zijn structuur behoudt, niet verkleurt of dat verschillende ingrediënten goed met elkaar gemengd blijven.

Dat betekent natuurlijk niet dat je een product automatisch als gezond kunt bestempelen omdat de gebruikte toevoegingen veilig zijn. En daar ontstaat vaak verwarring.

Veilig en voedzaam zijn namelijk twee verschillende dingen.

Een product kan toegestane E-nummers bevatten en tegelijkertijd veel calorieën, verzadigd vet of suiker bevatten en weinig vezels of eiwitten leveren. Andersom kan een product met verschillende E-nummers prima passen binnen een gezond en gevarieerd voedingspatroon.

Waarom ik het opvallend vind dat we bij kipfilet ineens bang zijn voor E-nummers

Een voorbeeld dat ik regelmatig voorbij zie komen, is kipfilet als broodbeleg. Iemand bekijkt de ingrediëntenlijst, ziet meerdere E-nummers en concludeert vervolgens dat het product “slecht” of “ongezond” is.

Maar diezelfde persoon kan ’s avonds zonder erbij na te denken een zak chips opentrekken, terwijl ook daar verschillende toevoegingen in kunnen zitten.

En begrijp me niet verkeerd: er is helemaal niets mis met af en toe chips eten. Dat is juist mijn punt.

Waarom zouden we een voedingsmiddel als kipfilet volledig afschrijven vanwege een aantal E-nummers, terwijl we bij andere producten accepteren dat ze onderdeel kunnen zijn van een normaal voedingspatroon?

Het gaat niet om één ingrediënt, één E-nummer of één voedingsmiddel. Het gaat om het totaalplaatje.

Kijk verder dan alleen de ingrediëntenlijst

Wanneer ik een product beoordeel, kijk ik daarom niet alleen naar de vraag: “Zitten hier E-nummers in?”

Ik kijk bijvoorbeeld naar:

  • het aantal calorieën;
  • de hoeveelheid eiwitten, koolhydraten en vetten;
  • de verhouding tussen het aantal calorieën en de hoeveelheid eiwit;
  • hoeveel van het totale vet uit verzadigd vet bestaat;
  • de hoeveelheid vezels;
  • welke ingrediënten erin zitten;
  • hoeveel van het hoofdingrediënt daadwerkelijk aanwezig is;
  • hoeveel en hoe vaak je ervan eet;
  • en vooral: hoe het product binnen je totale voedingspatroon past.

Voor mij is bijvoorbeeld niet alleen belangrijk dát een product eiwit bevat. Ik kijk ook naar hoeveel eiwit ik ervoor terugkrijg ten opzichte van het aantal calorieën. Twee producten kunnen allebei als “eiwitrijk” worden gezien, terwijl het ene product voor hetzelfde aantal calorieën aanzienlijk meer eiwit levert dan het andere.

Hetzelfde geldt voor vet. Vet is een belangrijke voedingsstof en hoeft absoluut niet vermeden te worden. Wel kijk ik naar de totale hoeveelheid vet én naar hoeveel daarvan uit verzadigde vetten bestaat. Het algemene voedingsadvies is om verzadigde vetten zoveel mogelijk te vervangen door onverzadigde vetten.

Een product met vijf E-nummers is dus niet automatisch slechter dan een product zonder E-nummers. Voeding is veel genuanceerder dan dat.

Ik kijk wél bewust naar de samenstelling

Dat ik niet bang ben voor E-nummers, betekent niet dat ik alle producten automatisch hetzelfde vind.

Neem opnieuw kipfilet voor op brood. Wanneer ik kan kiezen tussen een variant die voor ongeveer 90% uit kippenvlees bestaat en een vergelijkbare variant die maar voor 80% uit kippenvlees bestaat, kies ik meestal voor de variant met het hogere percentage kip.

Waarom? Omdat ik bij zo’n product graag wil dat het hoofdingrediënt ook daadwerkelijk een zo groot mogelijk gedeelte van het product vormt.

Daarnaast vergelijk ik de voedingswaarden. Ik kijk bijvoorbeeld naar de hoeveelheid eiwit, maar vooral ook naar de verhouding tussen calorieën en eiwitten. Wanneer ik een eiwitrijke keuze wil maken, vind ik het interessant hoeveel eiwit een product mij levert voor het aantal calorieën dat het bevat.

Ook vergelijk ik de hoeveelheid vet en kijk ik daarbij naar hoeveel van het totale vet uit verzadigd vet bestaat.

Op die manier beoordeel ik een product dus op het totaalplaatje van de ingrediënten én voedingswaarden, in plaats van een product af te schrijven omdat er een aantal E-nummers op de verpakking staan.

Bewerkt betekent niet automatisch ongezond

Een andere misvatting die hiermee samenhangt, is dat alles wat bewerkt is automatisch slecht zou zijn.

Bijna al ons eten ondergaat een bepaalde vorm van bewerking. Brood wordt gebakken, yoghurt wordt gemaakt van melk, groenten kunnen worden ingevroren en bonen worden bijvoorbeeld gekookt en ingeblikt.

Natuurlijk bestaan er grote verschillen in de mate van bewerking en in de voedingswaarde van producten. Het is daarom verstandig om de basis van je voedingspatroon voornamelijk te laten bestaan uit voedzame producten, zoals groente, fruit, volkoren graanproducten, peulvruchten, noten en goede eiwitbronnen.

Maar dat betekent niet dat ieder bewerkt product of ieder product met E-nummers vermeden moet worden.

Het totale voedingspatroon blijft het belangrijkst

Je gezondheid wordt niet bepaald door die paar plakjes kipfilet op je boterham. Net zoals je gezondheid niet ineens wordt verpest door een zak chips.

Veel belangrijker is hoe je voedingspatroon over dagen, weken en maanden eruitziet.

Eet je voldoende groente en fruit? Krijg je genoeg vezels en eiwitten binnen? Kies je regelmatig voor volkoren producten? Krijg je voldoende onverzadigde vetten binnen? Varieer je met verschillende voedingsmiddelen? En hoe past je totale energie-inname bij wat jouw lichaam nodig heeft?

Dát zijn vragen die veel meer zeggen over je voedingspatroon dan alleen het aantal E-nummers op een verpakking.

Wees niet bang voor een E-nummer

E-nummers zijn niet automatisch slecht of ongezond. Het zijn toegelaten levensmiddelenadditieven die verschillende functies kunnen hebben in een product.

Dat betekent niet dat ieder product met E-nummers automatisch een voedzame keuze is. Maar het tegenovergestelde klopt ook niet: een product wordt niet ineens ongezond omdat er een aantal E-nummers op de ingrediëntenlijst staan.

Kijk daarom verder dan één ingrediënt. Kijk naar de voedingswaarden, de verhouding tussen calorieën en eiwitten, de hoeveelheid en het soort vet, de samenstelling van het product, de hoeveelheid die je ervan eet én naar de rest van je voeding.

Zelf kies ik bijvoorbeeld bij kipfilet als broodbeleg liever een variant met een hoog percentage kip en voedingswaarden die passen bij wat ik op dat moment zoek. Niet omdat ik bang ben voor een E-nummer, maar omdat ik kijk naar wat het product mij als geheel levert.

Uiteindelijk hoeft je voeding niet perfect of volledig onbewerkt te zijn om gezond te eten.

Een gezond voedingspatroon draait om het totaalplaatje, voldoende variatie en een goede balans.